Een eerste interview

In het voorjaar van 1985 scharrelden twee wielergekke scholieren rond bij de start van een etappe van de Ronde van Nederland voor vrouwen. Ze vroegen een handtekening aan de Amerikaanse renster Rebecca Twigg, fotograaf Cor Vos legde het moment vast en was zo vriendelijk de twee later een afdrukje te sturen.

Bijna negenendertig jaar later heeft een van de twee een boek geschreven dat bijna klaar is (op de foto houd ik een dummy vast). Mijn oude schoolvriend Edward Swier belandde in de sportjournalistiek. Afgelopen week sprak hij me uitgebreid voor Bicycling Magazine: het eerste interview dat ik geef over De Ronde van België. Het verschijnt in de klassiekers-special van het blad, eind maart in de winkel.

Belgian solutions

De term Belgian solutions werd gemunt door de Duitse fotograaf David Helbich, die aanvankelijk alleen in Brussel maar al snel in heel België absurde situaties in beeld vastlegde. Het leverde voldoende materiaal op voor drie fotoboeken. Een brede stenen trap die doodloopt tegen een blinde muur, verkeersborden die elkaar tegenspreken of met tape zijn aangepast, van dat werk.

Deze fotografeerde ik bij station Gent-Sint-Pieters.

Dit is een van mijn favorieten uit 3750 fietskilometers. In het dorpje Ere gaf mijn gps aan dat ik naar links moest afslaan, maar aan mijn linkerhand zag ik alleen een tennisbaan. Rechts lag er wel een fietspad, en toen ik goed keek zag ik dat op het openstaande hek van de tennisbaan een bordje hing van het fietsknooppuntennetwerk. Ook aan de andere kant stond het hek open, daarachter ging het pad verder. Game, set and match: met de toerfiets over het centre-court, zelfs het net hing er nog. Alleen in België…

Vorderingen

Na een voorjaar met heel veel fietskilometers, heb ik de natte julimaand grotendeels achter het toetsenbord doorgebracht. Op het raam naast mijn bureau staat het werkschema waarin ik de vorderingen van ‘De Ronde van België’ bijhoud. De etappes 4 en 5 zijn klaar, etappe 6 staat er voor meer dan de helft op – we liggen op schema.

Aankomst

De laatste etappe van mijn Ronde van België was Luik-Bastenaken-Luik. De aankomst lag aan de Rue Paradis in Luik, bij het station Guillemins. Op zaterdag 1 juli, even na half vier in de middag legde ik daar de laatste meters af van een tocht die me door heel België voerde.

  • 1 proloog en 7 etappes
  • 3761,90 kilometer
  • 26670 hoogtemeters
  • 1 lekke band
  • 1 kapot ventiel
  • 1 verbogen derailleur
  • ontelbaar veel ontmoetingen, verhalen en wielergeschiedenissen – genoeg om een boek over te schrijven

Toppunt

In het uiterste noordoosten van België liggen de Hautes Fagnes, voor de Duitstalige bewoners van de streek Das Hohe Venn. De uitgestrekte hoogvlakte dankt zijn naam aan het hoogveen, dat een beschermde status heeft. Er fietsen is een wonderlijke, bijna magische ervaring omdat er nauwelijks mensen zijn. Vogels des te meer, behalve mezen, merels en duiven komen ook de fitis en het korhoen er voor, en roofvogels als de rode wouw. De vergezichten zijn er fenomenaal.

Midden in de Hautes Fagnes passeerde ik het ‘dak’ van mijn Ronde van België. Het Signal de Botrange is niet alleen het hoogste punt van mijn tocht, maar ook van heel België. 694 meter hoog, om precies te zijn. Om toch aan de 700 meter te geraken, werd een heuveltje aangelegd met een betonnen trap die na precies zes meter eindigt op een klein plateau.

Drie landen

Wie de Vaalserberg vanuit België beklimt, komt boven op de Côte des Trois Frontières. Vanuit Duitsland voeren alleen wandelpaden naar boven. Bij het Drielandenpunt komen niet alleen drie grenzen samen, maar ook drie talen. In de lokale dialecten gaan Frans, Duits en Nederlands een wonderlijke mengvorm aan.

De klim vanuit Vaals gaat over de Viergrenzenweg. Van 1816 tot 1919 lag ten zuiden van het Drielandenpunt nog een vierde landje, Neutraal Moresnet. Het noordelijkste puntje van de grens raakte aan het punt waar de andere grenzen samenkwamen. Oorzaak van de ongebruikelijke situatie was de aanwezigheid van zink in de bodem bij het dorpje Kelmis. Nederland, Pruisen en later ook België konden het niet eens worden over de rechten op exploitatie. In de omgeving bloeit het zeldzame zinkviooltje.

Kelmis hoort tot de Deutschsprachige Gemeinschaft, het Duitstalige deel van België. Na de Eerste Wereldoorlog werden de huidige Oostkantons aan België toegewezen, als genoegdoening voor geleden oorlogsschade. Zodoende is het Duits, naast het Nederlands en het Frans, de derde rijkstaal van België.

Wielermuur

Ruim een week – en meer dan vijfhonderd kilometer – na mijn vertrek uit Gent, kom ik aan in Wevelgem. Even voorbij de plek waar de eindstreep van de klassieker Gent-Wevelgem is getrokken, staat daar de Wielermuur. De grote afbeelding van drie renners is samengesteld uit tegeltjes waarop onder andere winnaars van de koers te zien zijn.

In de Zon

Aan de voet van de Scherpenberg, diep in de Vlaamse Westhoek, staat herberg In de Zon – in de volle zon, op de zondagochtend dat ik er passeer. Ik ben op weg naar de Kemmelberg, het venijnige kopje van de Scherpenberg is een mooie opwarmer. Bij In de Zon heb ik een afspraak met herbergier Dirk Ghyselinck. In een vorig leven was hij beroepsrenner.

Hoewel in naam nog een herberg, is zijn zaak nu een restaurant. De muren hangen vol rennersfoto’s, oude wedstrijdaffiches en andere koers-gerelateerde decoraties. Ook is er een klein eerbetoon aan Frank Vandenbroucke. De te jong overleden renner was een vaste gast en goede vriend. Onderdeel van een kleine collage zijn foto’s van Ghyselinck als renner. Vooral in de jongerencategorieën fietste hij een fraai palmares bijelkaar. Bij de profs reed hij voor de Fangio-ploeg, in 1985. Na een jaar hield hij het voor gezien, maar zijn liefde voor de wielersport bleef. In de opslagruimte toont Ghyselinck mij zijn collectie wielertruitjes, vintage-fietsen en andere spullen waarvoor in de zaak simpelweg geen plaats meer is.

Askoy II

In de proloog van mijn Ronde van België fiets ik door Brussel, sporen volgend van Eddy Merckx, René Magritte en Jacques Brel. In Knokke kwam ik ze alledrie opnieuw tegen. Merckx ging in 1974 als eerste over de streep in het plaatselijke criterium, Brel trad er regelmatig op in het casino en Magritte maakte in een van de zalen een enorme muurschildering.

Vanaf het strand van Knokke zijn de installaties van de containerhaven van Zeebrugge duidelijk te zien. In een loods in het havengebied werken vrijwilligers aan het herstel van de Askoy II. Na zijn carrière kocht Brel een zeilschip, zijn plan was om met zijn geliefde Maddly een tocht ronde de wereld te maken. Ze kwamen tot de Markiezen-eilanden, in de Stille Zuidzee. Brel, die leed aan longkanker, was te ziek om verder te varen en ligt er ook begraven. De Askoy strandde enkele jaren later op de kust van Nieuw-Zeeland. De broers Staf en Piet Wittevrongel uit Blankenberghe lieten de verweerde romp uitgraven en naar België brengen. Daar heeft een groep vrijwilligers in ruim tien jaar tijd het schip in oorspronkelijke staat teruggebracht. Piet Wittevrongel ontving me op de werf en vertelde het onwaarschijnlijke verhaal van de redding. Nog deze zomer moet de Askoy klaar zijn voor de tewaterlating.

Aan boord van het schip bleek een gitaar te staan die ooit van Jacques Brel was geweest. Een simpele oefengitaar, maar toch. Volgens Piet zitten de originele snaren er nog op, hij had hem gekregen van de man die hem ooit als kind van Brel kreeg. Ik durfde er zelfs niet naar te hinten, maar Piet vroeg of ik de gitaar even vast wilde houden en bood aan een foto te maken.